donderdag 19 mei 2011

Helpen bij verlies en verdriet

Een prachtig boek hierover is geschreven door Manu Keirse. Hij zegt: "Het is niet het verloop van de tijd die genezend werkt, maar de uiting van het verdriet in een periode van tijd, en de ondersteuning die men vindt bij anderen. Men moet niet naar mensen toegaan om van alles te zeggen, maar om te luisteren wat zij vanuit hun verdriet aan ons te zeggen hebben."

Rouwarbeid bestaat uit 4 rouwtaken:

1e rouwtaak: aanvaarden van de werkelijkheid van het verlies

2e rouwtaak: ervaren van de pijn van het verlies

3e rouwtaak: aanpassen aan de omgeving zonder de overledene

4e rouwtaak: een nieuwe plaats geven aan de overledene en opnieuw leren houden van het leven

Het rouwproces is voltooid als vier genoemde taken zijn vervuld. De tijd die het iemand vraagt om te verwerken, hangt af van veel factoren, zoals bijvoorbeeld de relatie met de persoon die sterft, de manier van verwerken van de overlevende, de omstandigheden van de dood, het vroegtijdige karakter van de dood, de steun die men heeft ervaren in de verwerking, de wijze waarop het sterven werd meegedeeld, wat men heeft kunnen doen voor de persoon voor het sterven... Deze veelheid van factoren maakt wellicht duidelijk dat het niet zomaar te voorspellen is hoelang de verwerking kan duren. Een periode van 1 tot 2 jaar is geen lange periode om een belangrijk verlies te verwerken. En vijf jaar is helemaal niet lang om het sterven van een kind te verwerken. Een criterium van verwerking is dat men aan de overledene kan terugdenken zonder steeds intense pijn te ervaren, alhoewel iets van de pijn van het verlies een leven lang duurt. Verdriet na verlies gaat met de mensen mee door hun verdere leven, zoals de schaduw van een mens hem overal vergezelt. De schaduw van een mens is soms groot en soms klein, soms ligt ze voor hem, soms achter en dan weer naast hem. Soms ziet men ze en op andere momenten is ze onzichtbaar. Het kan opeens levensgroot aanwezig zijn, als men het niet verwacht.

Het eindresultaat van verwerking is 'integratie' en niet 'vergeten'. Vergeten is geen troost, het is ontkenning van het verdriet. Men kan denken aan de overledene zonder de lichamelijke verschijnselen, zoals intens huilen of een gevoel van verstikking in de borst. Rouwarbeid is ook beëindigd als men terug kan investeren in het leven en in nieuwe relaties.

De goede afloop van het rouwproces is moeilijk te bepalen. Het bevat minstens de 3 volgende aspecten, die nauw met elkaar in verband staan:
  1. men voelt zich de meeste momenten weer goed in het leven en men kan opnieuw genieten van alledaagse dingen;
  2. men kan weer de problemen van het leven aan;
  3. men wordt minder in beslag genomen door het verdriet.
De overledene kan op een andere wijze aanwezig zijn in dit leven als een bron van inspiratie en van kracht.

woensdag 11 mei 2011

Conflicthantering

In het Trainingsboek Conflicthantering en Mediation van Hugo Prein wordt een duidelijke uitleg gegeven over de verschillende stijlen van conflicthantering die we (kunnen) gebruiken.
Stijlen van conflicthantering kunnen worden ingedeeld worden aan de hand van 2 kenmerken:
-opkomen voor eigen belangen vs. zichzelf wegcijferen
-samenwerken vs. tegenwerken
Er worden 4 stijlen onderscheiden:
1. Ontlopen
Ontlopen is een manier van reageren waarbij weinig zorg voor de ander naar voren komt en die ook weinig assertief is. Strikt genomen keert men zich niet tegen de ander en cijfert men zichzelf ook niet weg, maar staat meer neutraal en onverschillig zowel tegenover (de belangen van) anderen als tegenover zijn eigen doelen, belangen. De neiging om te ontlopen komt voort uit 2 motivaties: een ondersociale en een onderassertieve.

2. Confronteren
Dit is een aanpak die zowel gericht is op het nastreven van eigen doelen als op het goed houden van de relatie. Men heeft oog voor de eigen belangen en zorg voor die van de ander. Men ziet de situatie als een situatie waarvoor men beiden verantwoordelijk is, maar ook als een eerlijke strijd die voor beiden winst op moet kunnen leveren. Wanneer wensen en belangen strijdig blijken te zijn moet daarvoor door samenwerking van beiden een nieuwe integratieve oplossing gezocht worden, tot tevredenheid van beiden. Daarom wordt het ook wel coöperatief probleemoplossen genoemd.

3. Forceren
Het gaat hier om een zeer assertieve manier van optreden, gepaard gaande met weinig zorg voor de ander. Men probeert eigen doelen en belangen door te drukken ten koste van die van de andere partij. Bij assertief forceren is er een 'weerstandspunt', het minimumniveau dat nog acceptabel voor je is.

4. Toedekken
Het gaat hierbij om een manier van opstellen die erop gericht is de onderlinge relatie goed te houden, zelfs als dat ten koste gaat van de eigen belangen. Men beschouwt de relatie met de ander als zo fragiel en kwetsbaar dat die een openlijke confrontatie en het doorwerken van meningsverschillen niet kan verdragen. Mensen die toedekken zijn in staat zich heel goed in te leven in de ander. Dit stelt hen in staat zich neer te leggen bij het gelijk van de ander. Wanneer men zich voortdurend wegcijfert zal zich dat op den duur gaan wreken.

In het boek staat ook een test die je kunt doen om te kijken welke stijl(en) je het meest hanteert. Het grappige van dit boek is dat het laat zien dat het per situatie verschillend is wat de beste stijl is! Alle vier de stijlen zijn op z'n tijd nuttig en handig. Het beste is dus een aanpak te kiezen, afhankelijk van het soort conflict en de omstandigheden.

Wanneer je te maken krijgt met een conflict kan je je afvragen hoe assertief en hoe coöperatief je je daarin dient op te stellen. Hoe belangrijk is de relatie voor jou en hoe belangrijk zijn jouw belangen? Is de relatie heel belangrijk dan ligt stijl 2 of 4 voor de hand (afhankelijk van hoe belangrijk dit punt voor je is). Is de relatie niet belangrijk, dan kan stijl 1 of 3 handig zijn (weer afhankelijk van hoe belangrijk het punt voor je is). Ik ben benieuwd naar de meest gebruikte conflicthanteringsstijlen. Vul daarom s.v.p. de test onder aan de pagina in! Bedankt!